Slot Teylingen is een ronde kasteelruïne in Voorhout, in de Zuid-Hollandse gemeente die naar het slot genoemd is. Het was het jachtslot van de graven van Holland en de plek waar gravin Jacoba van Beieren in 1436 stierf. Aan haar laatste jaren is een van de bekendste Hollandse kasteelsagen verbonden.
Slot Teylingen in het kort
| Plaats | Voorhout, gemeente Teylingen (Zuid-Holland) |
|---|---|
| Gebouwd | Ringmuur uit het begin van de 13e eeuw; woontoren later in die eeuw |
| Bekend van | Jacoba van Beieren en de “Jacobakannetjes” |
| Ruïne sinds | De Tachtigjarige Oorlog; brand in de woontoren in 1675 |
| Nu | Ruïne in eigendom van het Rijk, in het seizoen te bezoeken |
Een ronde burcht langs de weg naar Haarlem
De heren van Teylingen, verwant aan het Hollandse gravenhuis, worden in 1143 voor het eerst genoemd. Zij hielden het kasteel en het land eromheen in leen van de graaf. De burcht bewaakte de route van noord naar zuid door Holland: de dijk langs de Rijn en de weg naar Haarlem.
Het oudste deel dat nu nog overeind staat, is de ringmuur uit het begin van de dertiende eeuw. Die omsluit een rond binnenterrein met een doorsnee van ongeveer 37 meter, op een eiland in een brede gracht. Later in dezelfde eeuw werd tegen de muur een zware woontoren, een donjon, gebouwd. In de veertiende eeuw verrees op de voorburcht een comfortabel woonhuis, waarvan niets is overgebleven.
Op 1 januari 1282 stierf de laatste heer van Teylingen en viel het slot terug aan de graaf. Het werd het middelpunt van de houtvesterij van Holland, het beheer van de grafelijke bossen en jachtgronden. Wie het in leen kreeg, mocht zich houtvester noemen; een kastelein woonde er om het dagelijkse beheer te voeren.
De laatste jaren van Jacoba van Beieren
De beroemdste houtvester was een vrouw. Jacoba van Beieren, geboren in 1401, erfde als tiener Holland, Zeeland en Henegouwen en vocht jarenlang om die gebieden te behouden. Ze verloor de strijd van haar neef Filips de Goede, hertog van Bourgondië. In 1428 moest ze hem het bestuur laten, en met Pasen 1433 deed ze afstand van al haar titels. In het voorjaar van 1434 trouwde ze met de edelman Frank van Borssele, haar vierde echtgenoot. Van haar vier huwelijken geldt dit als het enige uit liefde.
Jacoba stierf op 8 oktober 1436 op Teylingen aan tuberculose, 35 jaar oud. Hoe lang ze er daarvoor heeft gewoond, is minder duidelijk. De beheerder van het kasteel spreekt van twee jaar, een andere beschrijving van drie, en volgens weer een andere lezing trok ze zich na haar aftreden terug op haar Zeeuwse goederen en lag ze pas in haar laatste, zieke maanden op Teylingen.
De sage van de Jacobakannetjes
In kasteelgrachten en in de bodem van oude vestingen worden geregeld smalle, hoge kannetjes gevonden van ruw, lichtgrijs aardewerk. Ze dateren uit de vijftiende eeuw. In de volksmond heten ze Jacobakannetjes, en die naam komt van Teylingen.
Het verhaal gaat dat de onttroonde gravin op het slot zelf kannetjes bakte. Een minder vriendelijke versie vertelt dat ze haar verdriet verdronk: telkens als ze een kannetje wijn had leeggedronken, gooide ze het over haar hoofd de slotgracht in. Daarom, zo zegt de sage, liggen er zoveel van die kruikjes in het water rond de ruïne. Het verhaal is oud; er zou al een rijmpje uit de zeventiende eeuw over bestaan.
Historisch bewijs dat Jacoba pottenbakte of dronk, geven de bronnen niet. De kannetjes waren gebruiksgoed uit haar tijd, bedoeld voor wijn, en ze worden bij veel meer kastelen opgegraven dan alleen bij Teylingen. Ook de naam Keukenhof wordt met haar in verband gebracht: in het duingebied bij Lisse dat bij het slot hoorde, het Keukenduin, zou zij volgens een lokale overlevering kruiden en groenten hebben gekweekt.
Van ruïne tot monument
In de Tachtigjarige Oorlog raakte het slot zwaar beschadigd. De ene bron noemt 1572, toen het in de tijd van de belegeringen van Haarlem en Leiden in Spaanse handen viel, de andere houdt het op “rond 1570”. Daarna werd het gedeeltelijk hersteld, maar in 1675 brandde de woontoren voor een deel uit en zette het verval definitief in.
Toch bleef de ruïne staan. Toen de gronden na 1795 werden verkocht, gebeurde dat op voorwaarde dat de resten niet zouden worden afgebroken. Dat maakt Teylingen tot een vroeg voorbeeld van monumentenzorg in Nederland. Aan het einde van de negentiende eeuw schonk jonkheer W. van Teylingen de ruïne aan de Staat; het ene overzicht noemt 1888, het andere 1889. Aan het eind van de twintigste eeuw is het muurwerk gedeeltelijk hersteld en de gedeeltelijk gedempte gracht in de oude staat teruggebracht. Sinds 2013 ligt het beheer bij de Stichting Beheer Kasteel Teylingen.
Wat is er te zien?
De ruïne is in het seizoen op gezette dagen voor publiek geopend en er worden evenementen gehouden. Bezoekers zien de ronde ringmuur met aan de binnenzijde grote bogen die een weergang dragen, en de lege huls van de woontoren. Die telde ooit vier verdiepingen; de gaten waarin de vloerbalken rustten, zitten nog in de muren. Veel Nederlanders kennen de plek zonder het te weten van televisie: de ruïne diende als boevenschuilplaats in de kinderserie Bassie en Adriaan.
Bronnen: Kasteel Teylingen: historie, Wikipedia: Teylingen Castle, Wikipedia: Jacqueline, Countess of Hainaut, DBNL: Woordenschat (Jacobakannetjes). Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.