Kleding in de jaren zeventig: wijde pijpen en eigen stijl

In de jaren zeventig werd kleding in Nederland losser, kleuriger en persoonlijker dan ooit. De spijkerbroek veranderde van protestkleding in een broek voor iedereen, de pijpen werden wijd en de zolen hoog. Tegelijk lieten ontwerpers als Fong Leng en Puck & Hans zien dat Nederlandse mode eigenzinnig en internationaal kon zijn.

Kleding in de jaren zeventig in het kort

Periode 1970-1980
Silhouet Smal op de heup en wijd uitlopend; later in het decennium ruim en los vallend
Materialen Denim, synthetische stoffen, satijn en fluweel
Stromingen Hippie, glam, disco en punk
Nederlandse namen Fong Leng, Puck & Hans, Frans Molenaar, Frank Govers, Dick Holthaus, Mac & Maggie
Te zien in Collecties van onder meer het Centraal Museum Utrecht, Kunstmuseum Den Haag en het Amsterdam Museum

De spijkerbroek wordt gewoon

Rond 1970 werd denim in Nederland maatschappelijk aanvaard, stelt historica Kitty de Leeuw. Niet voor elke gelegenheid, maar ook de midden- en hogere klasse droeg de spijkerbroek voortaan in de vrije tijd. De Telegraaf schreef in november 1969 al dat bankdirecteuren, ministers en ambtenaren er een in de kast hadden hangen en dat prinses Irene er geregeld in werd gezien. Een persfoto van de Dam in Amsterdam uit augustus 1973 toont een plein vol denim.

Jongeren gaven de toon aan. Uit een NIPO-onderzoek onder lezers van het blad Muziek Expres bleek in 1970 dat driekwart van de jongens en 93 procent van de meisjes zich voor mode interesseerde, en dat het meeste zakgeld aan kleding opging. Internationaal beleefde denim zijn hoogtepunt tussen 1973 en 1975, als broek met wijde pijpen en als rok tot over de knie. De pijp werd soms nog verder verbreed met een ingezette driehoek van een andere stof, en de hoge taille kreeg een riem met een opvallende gesp. In 1975 verscheen de smalle pijp alweer, en in 1978 kwamen de eerste designerjeans op de markt.

Van hippie tot disco en punk

Eén stijl hadden de jaren zeventig niet. Het begin van het decennium bouwde voort op de hippiemode: geknoopverfde shirts, poncho’s, boerenblouses, maxi-jurken en sieraden van hout, schelpen en kralen. De mode-industrie probeerde in 1970 de kuitlange midirok door te drukken, maar dat mislukte. Veel vrouwen hielden vast aan de minirok of kozen voor de broek, die nu bij elke gelegenheid kon. Hotpants met een strak T-shirt waren het andere uiterste. Aan de voeten zaten plateauzolen, clogs en blokhakken.

Mannen deden volop mee, met satijnen overhemden, felgekleurde pakken en heupbroeken. Synthetische stoffen waren ruim en goedkoop verkrijgbaar. De glamrock bracht satijn, fluweel en nog hogere plateauzolen; de disco, op zijn hoogtepunt tussen 1974 en 1979, vroeg om glanzende stretchstoffen, pailletten en de wikkeljurk van jersey. Halverwege het decennium werd het silhouet ruimer en losser.

Hoe bont het eruit kon zien, bleek op het Eurovisie Songfestival van 1975. Getty Kaspers van de winnende groep Teach-In droeg er een gebloemde blouse met een witte broekrok van Puck & Hans. Eind jaren zeventig kwam uit Londen de punk over, met gescheurde kleren, veiligheidsspelden en leren jacks. Het Nederlands Openluchtmuseum verwierf onlangs twee T-shirts uit de Arnhemse punkscene van omstreeks 1980-1983, met afgeknipte mouwen en een zelf aangebrachte opdruk.

Nederlandse ontwerpers met een eigen handschrift

De opvallendste Nederlandse naam uit deze jaren is Fong Leng. De in 1937 in Rotterdam geboren ontwerpster begon in 1969 een boetiek aan de Amsterdamse Nieuwendijk en verhuisde in 1971 naar de P.C. Hooftstraat, waar haar zaak Studio Fong Leng ging heten. Ze maakte theatrale manteljurken van leer, suède, zijde en veren, met namen als Straalmantel, Paradijsvogel en Luipaardmantel. Zelf zag ze haar werk als beweeglijke kunstwerken. Haar bekendste klant was Mathilde Willink, die meer dan dertig stukken kocht en ze haar tweede huid noemde.

Puck Kroon en Hans Kemmink begonnen eind jaren zestig in Den Haag en hadden van 1974 tot 1998 hun bekendste winkel aan het Rokin in Amsterdam. Puck & Hans combineerde eigen ontwerpen vol gemengde prints met kleding van buitenlandse ontwerpers; volgens de NOS verkochten zij als eersten in Nederland werk van Kenzo en Jean Paul Gaultier. Hun modeshows waren een belevenis: een ervan vond plaats in de Amsterdamse dierentuin, met palmbomen en een Caribische band.

Daarnaast bleef de couture bestaan. Het Centraal Museum bewaart uit 1970 een jumpsuit van Frans Molenaar en een van Dick Holthaus, en van Frank Govers een ensemble uit 1970 en een couturejurk uit 1977. Aan de andere kant van de markt begon in 1976 het merk Mac & Maggie, waaraan de naam van ontwerpster Cora Kemperman verbonden is.

Waar zie je de jaren zeventig nu?

Het Centraal Museum in Utrecht kocht in 1975 als eerste museum werk van Fong Leng. Haar jurk ‘Tuschinsky’ uit dat jaar, van synthetische stof en lurex en ooit gedragen door Mathilde Willink, kwam in 1979 in de collectie. Het museum wijdde in 2004 en 2005 de tentoonstelling Seventies chic aan het decennium. De stukken zijn online te bekijken; of ze in de zalen hangen, wisselt per presentatie.

  • Kunstmuseum Den Haag toont van 11 oktober 2026 tot en met 3 januari 2027 de tentoonstelling Reflections on Fashion, bij het 75-jarig bestaan van de modecollectie. Of er stukken uit de jaren zeventig bij zijn, vermeldt de aankondiging niet.
  • Het Amsterdam Museum wijdde in 2017 een tentoonstelling aan Puck & Hans, waarvoor liefhebbers ruim duizend kledingstukken aandroegen.
  • Het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem verzamelt mode van 1950 tot 2025 en kondigt voor 2028 de tentoonstelling Kleding & identiteit aan.

Wie thuis nog een broek met wijde pijpen of een jas uit die jaren heeft liggen, bezit dus mogelijk een museumstuk. Het Openluchtmuseum vroeg Nederlanders eind 2025 juist daarom hun kledingkast na te kijken.

Bronnen: Centraal Museum Utrecht, NOS, Tess de Bruijn, From Blue Jeans to Royal Blue (Erasmus Universiteit), Wikipedia, 1970s in fashion. Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.

Cultuurwijs is een uitgave van Mindbogglingmedia B.V., Dokter van Deenweg 162, 8025 BM Zwolle. KvK 85952516.
Over de redactie · Redactioneel beleid · Colofon