Een folly is een bouwwerk dat vooral bedoeld is om naar te kijken: een nepruïne, een kluizenaarshut zonder kluizenaar, een tempeltje aan een vijver. Ze horen bij de geschiedenis van tuinen en buitenplaatsen en laten zien dat architectuur ook mag verrassen, misleiden en vermaken. Ook in Nederland zijn ze nog te vinden, soms als beschermd monument.
Follies in het kort
| Wat | Bouwwerk dat in de eerste plaats als versiering of verrassing is bedoeld |
|---|---|
| Herkomst van het woord | Engels folly: dwaasheid; het Franse folie betekende ook plezier of geliefd buitenverblijf |
| Bloeitijd | Achttiende en negentiende eeuw, in de Engelse en Franse landschapstuin |
| Veel voorkomende vormen | Tempel, gotische ruïne, piramide, kluizenarij, pagode, grot |
| Nederlandse voorbeelden | Elswout (Overveen), Frankendael (Amsterdam), Wolwevershaven (Dordrecht) |
Een woord zonder vaste grenzen
Wat precies een folly is, valt niet scherp af te bakenen. Volgens de gangbare omschrijving gaat het om een gebouw dat hoofdzakelijk voor de sier is neergezet, maar dat er door zijn uiterlijk uitziet alsof het een ander doel dient, of dat zo overdadig is dat het een gewoon tuingebouw ver te boven gaat. Of iets een folly is, ligt uiteindelijk in het oog van de beschouwer. Wel zijn er een paar kenmerken. Het is een gebouw of een deel daarvan en geen beeldhouwwerk, het is voor het plezier gebouwd en het doet zich vaak voor als iets anders: een kasteel, een toren, een ruïne.
Het Engelse woord was aanvankelijk een spotnaam voor een kostbaar bouwsel waarmee de bouwer vooral zijn eigen dwaasheid toonde. Toch zijn maar weinig follies helemaal nutteloos. Veel ervan hadden ooit een functie, bijvoorbeeld als jachttoren, die later verloren ging. Andere verborgen een praktisch gebruik achter een schilderachtige gevel.
Engelse parken, Franse boerderijtjes
De eerste follies verschenen eind zestiende en begin zeventiende eeuw als blikvanger op grote landgoederen. Hun grote tijd kwam in de twee eeuwen daarna, toen de landschapstuin in de mode raakte. Wie een echte kloosterruïne of de resten van een Romeinse villa op zijn terrein had, bofte; wie die niet had, liet ze namaken. In Engelse parken als Stowe en Stourhead en in Franse tuinen als Ermenonville en Versailles stonden Romeinse tempels, vervallen gotische abdijen en Egyptische piramides, vaak met een boodschap. Een onvoltooide tempel van de filosofie in Ermenonville moest duidelijk maken dat kennis nooit af is.
In Painshill Park in het Engelse Surrey was de verzameling bijna compleet: een gotische toren, een Romeinse tempel, een Turkse tent en een kluizenarij waar daadwerkelijk een kluizenaar in dienst was. In Frankrijk kregen follies ook de gedaante van romantische boerderijen en molens, zoals het gehucht dat Marie-Antoinette in Versailles liet aanleggen. Later in de achttiende eeuw werden de vormen exotischer, met Chinese pagodes, Japanse bruggen en Tataarse tenten.
Follies hadden niet altijd een vrolijke achtergrond. Tijdens de Ierse hongersnood van 1845 tot 1849 werden als werkverschaffing wegen aangelegd die nergens heen leidden, muren rond landgoederen en pieren midden in het veen. Nuttig werk mocht het niet zijn, want dat zou bestaande arbeiders hun baan kosten.
Follies in Nederland
Ook op Nederlandse buitenplaatsen kwamen in de landschapsstijl tuinsieraden te staan. Nergens in het land staan er volgens NH Nieuws zoveel zo dicht bij elkaar als op landgoed Elswout in Overveen, waar de tuin tussen 1781 en 1794 in Engelse landschapsstijl werd heraangelegd. Tot de bekendste horen een kluizenaarshut en een prieel dat de naam Zocher draagt. Elswout heeft bovendien een onbedoelde folly: het grote huis dat in 1883 voor Willem Borski werd ontworpen, bleef onvoltooid toen de opdrachtgever een jaar later kinderloos stierf.
In Amsterdam staat in het park van buitenplaats Frankendael, de laatste historische buitenplaats in de Watergraafsmeer, een negentiende-eeuwse hermitage die deel uitmaakt van het beschermde complex. En een folly hoeft geen landgoed om zich heen te hebben. Achter een woonhuis aan de Wolwevershaven in Dordrecht staat een laat-negentiende-eeuws tuinhuisje van cement, deels bekleed met lavasteen, met een balustrade van nagemaakte boomstammen. Het Monumentenregister noemt het een van de weinige bewaard gebleven rustieke follies in Nederland. Het deed gewoon dienst als schuur.
Wie verder wil lezen, komt al snel uit bij Wim Meulenkamp, die een overzichtswerk schreef over follies in Nederland en België.
De moderne folly
Het idee is nooit helemaal verdwenen. In het Parijse Parc de la Villette, dat de architect Bernard Tschumi na een prijsvraag in 1982–1983 ontwierp en tussen 1984 en 1987 bouwde, staat een reeks felrode metalen paviljoens die hij follies noemde. Ze staan op een strak raster en dienen als oriëntatiepunt; in sommige zit een restaurant of een informatiepunt. Over het aantal is de literatuur niet eenduidig: er worden zowel zesentwintig als vijfendertig follies genoemd.
Kwetsbaar erfgoed
Kleine tuingebouwen zonder duidelijke functie raken gemakkelijk in verval. Op Elswout zijn ze rijksmonument, maar Staatsbosbeheer zamelde in 2023 geld in om ze te kunnen restaureren; juist door die rijksstatus kwamen ze niet in aanmerking voor gemeentelijke subsidie. In het naburige Aerdenhout trok de gemeente Bloemendaal in dezelfde tijd 12.000 euro uit voor het herstel van een vervallen miniatuurversie van een Groningse boerderij, een gemeentelijk monument.
Het park van Elswout is voor publiek opengesteld. Daar zijn de bouwsels te bekijken zoals ze bedoeld waren: als verrassing tijdens een wandeling.
Bronnen: Wikipedia, Folly, NH Nieuws over de follies van Elswout, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Monumentenregister 522288, Wikipedia, Parc de la Villette. Laatst bijgewerkt: 10 oktober 2026.