Zoeken naar cultuur in Nederland
 
  Reis door cultuur in Nederland
 
  over cultuurwijs abonneer
 
home
terug
opnieuw zoeken
opnieuw zoeken

Waterrijk maar fonteinarm

Absolute machthebbers als de Paus en de Franse koningen onderstreepten in de zeventiende eeuw graag hun alleenheerschappij door de aanleg van grootse stadspleinen waaraan spectaculaire fonteinen nog meer allure verleenden. Nederland was in de gouden eeuw een republiek van burgers. Van absolutisme was geen sprake. De openbare ruimte, het grote stadsplein was van en voor iedereen. En behoefte aan een stadsfontein was er niet echt in onze dichtbebouwde, waterrijke steden. Vandaar dat er in Nederland niet zoveel fonteinen te vinden zijn als in het buitenland.

Fonteinen van Het Loo, waaronder de Aardbolfontein, Paleis het Loo Nationaal Museum, Apeldoorn, Fotograaf R. Mulder

Het Loo versus Versailles
Ook de machtige stadhouders gebruikten de openbare pleinen niet voor machtsvertoon. Dat er wel ambitie in die richting was blijkt uit het feit dat koning-stadhouder Willem III (1650-1702) in de tuinen van zijn jachtslot Het Loo fonteinen aan liet leggen die konden wedijveren met die in Versailles. De Koningsfontein op het Loo spoot met 13,5 meter zelfs hoger dan de hoogste fontein van de Zonnekoning. Bovendien konden op het Loo alle fonteinen tegelijk spuiten. Iets wat in Versailles onmogelijk was. Daar draaiden knechten verscholen in kleine houten kastjes snel de fonteinkraan open als de koning in aantocht was en weer dicht als hij voorbij was. Ook stonken de Franse fonteinen omdat ze niet door vers water werden gevoed.

De Koningsfontein van Het Loo, Paleis het Loo Nationaal Mueum, Apeldoorn. Fotograaf R. Mulder

Hoog water
Hoogstandjes met water zoals de Koningsfontein waren een grote uitzondering in Nederland. Voornaamste reden was dat in ons platte land nauwelijks natuurlijk waterverval was. Speciaal voor de Koningsfontein waren hooggelegen Veluwse gronden aangekocht vanwaar vers grondwater via leidingen naar de veel lager gelegen fontein stroomde. Een uiterst kostbare onderneming die slechts voor weinigen was weggelegd. Verreweg de goedkoopste oplossing was regenwater opvangen in een bak op het dak om dat via een loden pijp in een stelsel van vertakkingen in of onder de fontein te laten uitmonden. Jan van der Groen, hovenier van Willem III, geeft in zijn boek voorbeelden van spuitende fonteinvormen waaronder een schitterende zon, een overlopend wijnglas en een ster. Amusant waren de zogenaamde bedriegertjes, rechtopstaande, dunne loden pijpjes, verborgen in de grond, die met hun overwachte waterstralen bezoekers natspoten.

Verschillende fonteinen uit J. van der Groen, Den Nederlandtsen hovenier, 1670 resp. 1699, zoals een zonnefontein en een fontein (rechts) met zogenaamde bedriegertjes uit de grond komend.

Inspiratie
Met de komst van de eerste drinkwaterleiding in 1853 en de stoommachine die water in de duinen kon oppompen, verdwenen de technische belemmeringen voor een grote fontein. Toch hebben de Nederlandse steden ook nadien geen fonteinreputatie opgebouwd zoals Rome en Parijs. Wel zien we tegenwoordig in veel achtertuinen een kleine fontein spuiten.
Wie nog inspiratie zoekt: de stadsarchieven, universiteitsbibliotheken en natuurlijk Het Loo leveren talloze ideeŽn voor fonteinen en waterornamenten.

Marianne Snijders

Verder lezen
Rijksmuseum Paleis Het Loo, De tuinen, uitgave van Stichting 't Konings Loo, 1986
J. van der Groen , Den Nederlandtsen hovenier, 1670 en 1699
H. Zantkuyl e.a., Erf en tuin in Oud-Amsterdam, uitgave bij gelijknamige tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum, 25 juni 29 augustus 1982
Jan† van Maurik, Versch drinkwater voor de Hoofdstad, uitg. Gemeentewaterleidingen Amsterdam tgv het 140 jarig bestaan, 1993



Zie ook..
Thema Sanitair
Instelling:
Instituut Collectie Nederland
Publicatiedatum:
26 april 2005